Backlog: de werkvoorraad met alle taken die werkbaar zijn en dus toegewezen kunnen worden aan sprints.

 Bucket: een hoeveelheid voor productie beschikbare capaciteit binnen een bepaald kennisgebied binnen een sprintperiode. Zie ook sprint.

Capaciteitsplanning: het proces van het afstemmen van de vraag naar capaciteit en de beschikbaarheid van capaciteit op langere termijn, waarbij rekening wordt gehouden met werk dat nog niet ‘zeker’ is en met de vaardigheden (skills) van de medewerkers.

KPI’s: kritieke of kritische prestatie-indicatoren. Dit zijn variabelen om prestaties van ondernemingen te analyseren.

Scrum: een framework om op een flexibele manier (software)producten te maken. Er wordt gewerkt in multidisciplinaire teams die in korte sprints, met een vaste lengte van één tot vier weken, werkende (software) producten opleveren. Scrum is een term die afkomstig is uit de rugbysport. Bij een scrum probeert een team samen een doel te bereiken en de wedstrijd te winnen. Samenwerking is heel belangrijk en men moet snel kunnen inspelen op veranderende omstandigheden.

Sprint: een vaste periode van één tot vier weken waarbinnen een vooraf afgesproken hoeveelheid werk uitgevoerd gaat worden. Deze hoeveelheid is afgestemd op de verwachte hoeveelheid voor productie beschikbare capaciteit. Zie ook bucket.

Werkbaar werk: werk waaraan direct begonnen kan worden zonder dat er aanvullende voorwaarden gelden zoals de beschikbaarheid van informatie of beschikbaarheid van materiaal, ruimte of een machine. Een taak die nog wacht op het insturen van informatie door een klant is dus niet werkbaar.